Onderbouwingscriterium


Onderbouwingscriterium 

Het onderbouwingscriterium beoordeelt de mate van onderbouwing van de problematiek van de maatschappelijke organisatie. De onderbouwing van het oordeel van een onderzoekscommissie geldt als geloofwaardig als wordt beoordeeld of de ontstane problemen al dan niet voorzienbaar en al dan niet beheersbaar zouden zijn geweest.

In de casus Amarantis geldt dat uit de beoordeling van het onderzoeksrapport de conclusie kan worden getrokken dat de onderzoekscommissie de problematiek van de maatschappelijke organisatie beoordeelt op basis van de vraag of de problemen al dan niet te voorzien en al dan niet te beheersen zouden zijn geweest. Geconcludeerd wordt dat er sprake is van een voldoende onderbouwing van het oordeel.

Uit het onderzoeksrapport blijkt dat op basis van de volgende passages:











Uit deze passages komt naar voren dat de onderzoekscommissie beargumenteert dat de financiële problematiek die bij Amarantis is ontstaan voorzienbaar was en ook dat met passende maatregelen de problematiek voorkomen had kunnen worden. De onderzoekscommissie oordeelt dat in de casus Amarantis sprake is van het oordeel ‘bestuurlijk falen’. Uit de geciteerde passages komt naar voren dat dit voldoende is onderbouwd. De risico’s waren bekend, zowel bij het CvB (p.29) als bij de RvT (p.64) maar er werd niet bijgestuurd (p.29). Er werd niet doorgepakt (p.31). Op signalen vanuit de P&C-cyclus werd niet ingegrepen (p.35). De onderzoekscommissie benoemt ook enkele oorzaken van het ‘niet doorpakken’, zoals ‘onvoldoende executiekracht’ (p.37) en een decentrale structuur die de organisatie vleugellam maakte (p.39). Ook zijn er verschillende opvattingen binnen het CvB (p.38) en stond het CvB op een te grote afstand van het onderwijsproces (p.40). Het bestuur heeft onvoldoende verantwoordelijkheid genomen voor de kwaliteit en de continuïteit van het onderwijs in de klas (p.64).